|
Belastingscontroleurs stellen soms domme vragen.
Een belastingscontroleur komt de zaken van de rabbijn controleren. Want de rabbijn geeft nooit inkomsten aan.
In de synagoge, ziet hij dat het afdruipend kaarsvet door de rabbijn wordt opgevangen in blikken en vraagt: "Wat doe jij met dat afgedropen kaarsvet?" "Oh", zegt de rabbijn, "dat vang ik op en stuur het naar de kaarsenfabrikant met een briefje. Daarop schrijf ik dat hij het mag recyclen, en als hij zich schuldig voelt, mag hij altijd een doos kaarsen opsturen. En de kaarsenfabrikant is een lieve man, en stuurt mij soms een doos kaarsen op".
Even later heeft de belastingscontroleur een tweede vraag: Ik zie dat jij in de keuken al je broodkruimels opvangt in een doos. Wat vang jij daar mee dan?" "Oh dat", zegt de rabbijn, "dat stuur ik naar de bakker met een briefje erbij. Dan schrijf ik dat hij de broodkruimels mag gebruiken om er een nieuw brood te maken, en als hij zich schuldig voelt hierover, mag hij mij steeds een brood sturen. En de bakker is een vroom man, en stuurt mij soms een brood."
De belastingscontroleur begint het spelletje te begrijpen en besluit een strikvraag te stellen. "Jullie Joden doen toch aan besnijdenis? Wat doen jullie dan met dat afgesneden vlees?" "Oh dat", zegt de rabbijn, "dat sturen wij naar de belastingen, en soms sturen die mij een lul."
|