|
Ze noemen mij meestal de Geit.
In het klooster wordt de biecht afgenomen. Broeder, heb je gezondigd? Ja vader, maar ik durf het bijna niet te vertellen. Zeg het maar. Ik heb de geit te pakken genomen. Wat?
Afschuwelijk! Driehonderd weesgegroetjes!
De volgende: Ik heb gezondigd, vader. Ik heb iets uitgehaald met de geit. Wat bezielt jullie toch?! Driehonderd weesgegroetjes!
De biecht wordt voortgezet en één na de ander bekent iets te hebben gehad met de geit.
Eindelijk is de laatste broeder aan de beurt. Ik vermoed dat jij ook iets smerigs met de geit hebt uitgehaald?
Nee, vader. Ik ben blij dat er nog uitzonderingen zijn. Hoe heet je, mijn zoon? Ik heet Fernandus, vader, maar ze noemen me
meestal de Geit.
|